Yorrick’s achtste gedenkdag

14 maart 2008

Je kinderen zijn je kinderen niet.
Zij zijn de zonen en dochteren van ’s levens hunkering naar zichzelf.
Zij komen door je, maar zijn niet van je, en hoewel zij bij je zijn, behoren ze je niet toe.

Jij moogt hun geven van je liefde, maar niet van je gedachten,
want zij hebben hun eigen gedachten.
Jij moogt hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen, dat je niet bezoeken kunt,
zelfs niet in je dromen.
Je moogt proberen hun gelijk te worden, maar tracht hen niet aan je gelijk te maken.
Want het leven gaat niet terug, noch blijft het dralen bij gisteren.

Jullie bent de bogen, waarmee je kinderen als levende pijlen worden weggeschoten.
De boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige
en hij buigt je met zijn kracht, opdat zijn pijlen snel en ver zullen vliegen.
Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter een vreugde voor je zijn:
want zoals hij de vliegende pijl liefheeft, zo mint hij ook de boog die standvastig is.

14 september 1995 – 14 maart 2008 – 12,5 jaar getrouwd
Helaas was mijn huwelijk niet voor eeuwig

Tezamen werd je geboren, en tezamen zul je voor immer zijn.
Jij zult tezamen zijn, als de witte vleugelen van de dood je dagen verstrooien.
Ja, je zult zelfs tezamen zijn in Gods stille herinnering.
Maar laten er tussenruimten zijn in je tezamenzijn.
Laat de winden des hemels tussen je dansen.

Hebt elkander lief, maar maakt van de liefde geen band:
laat zij veeleer zijn een golvende zee tussen de kusten van je zielen.
Vult elkanders bekers, maar drinkt niet uit dezelfde beker.
Geeft elkander van je brood, maar eet niet van hetzelfde stuk.
Zingt en danst tezamen en weest blijde, maar bent ieder alleen,
zoals de snaren van een luit op zichzelf zijn, al doortrilt hen dezelfde muziek.
Geef je harten, maar geef ze niet aan elkander in bewaring.
Want alleen de hand des levens kan je harten bevatten.
En staat tezamen, maar niet te dicht bijeen:
want de zuilen van de tempel staan ieder op zichzelf,
en de eik en de cypres groeien niet in elkanders schaduw.

Teksten uit:
“De Profeet” van Kahlil Gibran

Een ontzettend moeilijke dag, waarin vreugde en verdriet heel dicht bij elkaar ligt…